Menu

Home

Ontvangst info
Scanner info
Woordenboek
Apparatuur
Modificaties

Luisteren
Frequenties
PMR kanalen
Data kanalen
Nood kanalen
Luchtvaart
Scheepvaart
Digitaal
Mystery

Downloads
Audio samples
Software

Theorie
Ontvanger
Modulatie
Golven
Projecten


Radiowoordenboek

Hier hebben we een overzicht gemaakt van woorden die in de scannerhobby en in de radiowereld regelmatig voorkomen.
Je kan Ctrl-F indrukken om een woord snel te vinden.


A)
Absorptie: De verzwakking van een radiosignaal te wijten aan de breking in de ionosfeer.
Active antenne: Een fysiek korte of kleine antenne met een hoge voorversterking, ontworpen voor binnenhuis gebruik of voor gebruik in kleine ruimten.
Active filter: Een elektronische schakeling dat ervoor zorgt dat ongewenste (audio) frequenties worden geŽllimineerd.
AGC: Afkorting voor Automatic Gain Control, schakeling in de ontvanger dat automatisch de versterking kan regelen.
AIS: Automatic Identification System, gebruikt in de scheepvaart om allerlei gegevens te versturen.
AM: Amplitude Modulatie. Dit is een soort modulatietechniek die gebruikt wordt voor het draadloos overbrengen van geluid, data,... De draaggolf varieerd in grootte afhanklijk van het aangeboden signaal (spraak, muziek)
Kenmerken: lange afstanden mogelijk, maar storingsgevoelig. De radiostations op de lange- midden- en korte golf en ook de luchtvaart moduleren hun uitzendingen in AM.

B)
Balun: Een apparaat gebruikt om een ongebalanceerde feedline (coax) aan te sluiten op een gebalanceerde antenne (dipool)
Baken: Een station dat ťťn-weg signalen uitzendt voor navigatie, propagatie onderzoek, autobesturing.
Band: Het frequentiespectrum is onderverdeelt in banden. Per band hoort een gebruikersgroepen die door de nationale/internationale afspraken vastgelegd worden. Bijvoorbeeld voor de luchtvaart is internationaal overeengekomen dat de frequentieband 108 - 136 MHz gebruikt mag worden voor luchtvaartcommunicatie.
Bandbreedte: De 'hoeveelheid frequentie' dat een radiosignaal in beslag neemt.
Bank: Het geheugen van de radioscanner is verdeeld in geheugenbanken. In die banken worden frequenties opgeslagen. Die banken zijn natuurlijk handig om de kanalen makkelijk te sorteren per groep. Bijvoorbeeld een bank voor enkel hulpdiensten, een bank voor bedrijven,... Op de meeste scanner kan je ook banken al dan niet selecteren zodanig dat ze al dan niet worden mee gescant, een soort van L/O dus. (zie letter L)
Baud: De snelheid waarmee bits worden verzonden.
BFO: Afkorting voor Beat Frequency Oscillator. Wekt aan ontvangerzijde een draaggolf op voor het ontvangen van oa SSB: LSB, USB.
Birdie: Een vals of onecht signaal dat wordt opgewekt door de ontvanger zelf.
Burst: Ontvangst van een (data)signaal gedurende een paar seconden.

C)
Call sign: Een samenstelling van letters en cijfers om een radiostation te identificeren.
Carrier: De ongemoduleerde draaggolf van een FM zender.
Center frequentie: De ongemoduleerde draaggolffrequentie van een FM zender.
Channel: Dit is de frequentie waarop een radiotransmissie plaats vindt. (kanaal)
CQ: Oproep bestemt voor elk station op de afgestemde frequentie om een antwoord te geven aan het station dat roept.
CW: Afkorting voor Continuous Wave (Morse).

D)
DAB: Digital Radio Broadcast, de digitale variant van de FM omroep.
Data: Data kan tekst, tekeningen, video, muziek,... zijn. Een datakanaal genereert rare geluidjes als je ze op de scanner ontvangt. Die geluidjes bevat informatie en kunnen gedecodeerd worden met software.
dB: Afkorting voor decibel, aanduiding voor de verhouding van versterking/verzwakking van spanning, vermogen,... Een verzwakking van 3 dB, zorgt ervoor dat het signaal de helft kleiner wordt. (logaritmische schaal)
Dead zone: De plaats waar een radiosignaal niet ontvangen kan worden door propagatieproblemen.
Delay: De delay functie wordt gebruikt om een kanaal na uitzending nog eventjes vast te houden zodat de tegenpartij eventueel nog kan antwoorden voor dat de scanner verderscant. Bij de betere scanners is deze delaytijd instelbaar maar de meeste scanner hebben een delay van twee seconden en het is natuurlijk uitschakelbaar.
Digipeater: Een repeater maar dan voor packetradio transmissies.
Dipole: Een antenne dat een halve golflengte lang is (afhankelijk van de frequentie). De antenne is verdeelt in twee 1/4 golf stukken.
Directionele antenne: Deze antennes zijn richtingsgevoelig en geven een antenneverstering (gain). Voorbeelden van directionele antennes zijn Yagi's, Quads.
DVB-T: Digital Video Broadcast in de T-band (470 - 512 MHz). Opvolger van de analoge TV-uitzendingen.
Duplex: Zenden op een frequentie, ontvangen op een andere. Hierdoor is tegelijk spreken mogelijk. (telefoon)
DX: Ontvangen van verafgelegen radiostations. DX is een telegrafie afkorting en betekent 'afstand'.

E)
EHF: Extreme High Frequeny maakt deel uit van het frequentiespectrum nl: 30 GHz - 300 GHz.
EME: Afkorting voor "Earth-Moon-Earth," een communicatiemethode gebruikmakend van UHF frequenties die terug naar de aarde gereflecteerd worden via de maan.
EPIRB's: Emergency Position Indicating Radiobeacon, een positiebaken voor reddingsoperaties
ERMES: European radio-messaging system (Europees Radioberichtensysteem)
ERP: Effective Radiated Power of effectief uitgestraald vermogen. Het vermogen van de zender maal de versterkingsfactor van de antenne.
Eurobalise: European Rail Traffic Management System. Dit is de Europese standaard op het gebied van treinbeveiliging en -communicatie. (26.345-27.845 MHz)

F)
Fase modulatie: zie 'PM'
FEC: Afkorting voor Forward Error Correction, dit is een FSK mode dat elk karakter twee keer verzendt om fouten te vookomen. Als het eerste karakter juist ontvangen wordt, wordt de heruitzending genegeerd.
Feedline: De kabel dat de radio verbindt met de antenne.
FIC: Flight Information Centre
FM: Staat voor Frequentie Modulatie en wordt gebruikt om informatie draadloos door de lucht te sturen. In tegenstelling tot AM blijft de grootte, amplitude van de draaggolf constant, de informatie zit in de freqentie afwijking ten op zichte van de centrale draaggolffrequentie.
FSK: Frequency Shift Keying: De draaggolffrequentie van een FSK-signaal wordt groter of kleiner door de beÔnvloeding van databits die worden aangeboden.

G)
Gain: Versterking
GHz: Afkorting voor gigahertz = 1000 MHz of 1000000 kHz.
GMT: Afkorting voor Greenwich Mean Time (UTC).
Great circle route: Het kortste radiopad tussen twee stations op aarde.
Grond golf: Een radiogolf dat zich voortplant via de oppervlakte van de aarde.
Ground: Een bevestigingspunt waar de spanning 0 volt is, zoals de aarde.

H)
Harmonische: Een frequentie die 2x, 3x, 5x hoger ligt dan de grondfrequentie/toon.
Hz: Afkorting voor Hz, dit is de eenheid voor frequentie of cycli per seconden.
Heterodyne: Een soort gefluit dat ontstaat als twee draaggolven elkaar storen. Het geluid is afhankelijk van het frequentieverschil tussen de twee draaggolven. Een heterodyne treedt op als twee stations binnen hetzelfde netwerk/kanaal op hetzelfde moment gaan uitzenden.
HF: Afkorting voor High Frequenties (3 - 30 MHz)
Horizontaal gepolariseerd: Een horizontaal gepolariseerde antenne dat het best straalt/ontvangt als het elektrisch veld van de radiogolven parallel loopt met de aarde.

I)
ILS: Instrument Landing System: zenden radiosignalen uit die de piloot naar de landingsbaan begeleiden, vooral noodzakelijk bij zeer slecht weer.
Impedantie: Dit is de weerstand gemeten in ohm van een antenne, transmissielijn, uitgangstrap. Om zo weinig mogelijk verliezen te veroorzaken, zouden de impedanties van opgenoemde zaken gelijk aan elkaar moeten zijn.
Indirecte FM: Deze term betekent net het zelfde als fase modulatie.
Input frequentie: Dit is de ontvangstfrequentie waarop een repeater is afgestemd.
ISM = Industrial, Scientific and Medical radio band. Frequentieband 433.000-434.950 MHz voor allerhande industriŽle-, wetenschappelijke-, medische- toepassingen. Deze band valt samen met de LPD-band, gebruikt voor klein afstandscommunicatie.

K)
kHz: Afkorting voor kilohertz.
Kilohertz: is 1000 Hertz (zie 'Hz').
K-index: Een meting van magnetische energie. Propagatie condities worden beter naarmate de K-index daalt.

L)
Line Of Sight: Of LOS = zender en ontvanger 'zien' elkaar tijdens de transmissie.
Lock-out: Deze optie op een scanner kan gebruikt worden om kanalen uit te sluiten en dus over te slaan tijdens het scannen. Dit kan handig zijn als een station constant blijft uitzenden of als het erg gestoord is. Met die functie, afgekort L/O, kan je deze kanalen tijdelijk laten overslaan zodanig dat de scanner niet telkens weer bij dat open kanaal stopt. De meeste scanner kunnen ook hun banken aan/uit schakelen. (zie letter B)
LPD: Low Power Device, radio toestellen met zeer beperkte rijkwijdte voor bvb informele gesprekken via walkietalkie, data van temperatuursensor, autoafstandsbediening,... dus radioverbindingen voor niet-specifieke toepassingen.
loop antenne: Een kleine antenne gebruikt voor binnenhuis om frequentie beneden 5 MHz te ontvangen. Het ontvangstdiagram is 8-vormig.
LUF: Afkorting voor Lowest Usable Frequency. Dit is de laagst bruikbare frequentie om een verbinding tussen twee punten mogelijk te maken.

M)
MHz: Afkorting voor megahertz.
Megahertz: is 1000000 Hertz (zie 'Hz').
Mobilofoon: een radiotoestel dat is een voertuig in opgesteld om gesprekken te voeren met andere personen die afgestemd zijn op dezelfde frequentie.
MUF: Afkorting voor Maximum Usable Frequency. Dit is de hoogst bruikbare frequentie om een verbinding tussen twee punten mogelijk te maken.
Multiband antenne: Een antenne dat geschikt is om op verschillende frequentiebanden te werken.

O)
Omnidirectionele antenne: Dit is een antenne dat in elke richting kan zenden/ontvangen.
Opening: Dit komt voor wanneer er propatie mogelijk is tussen twee stations op dezelfde frequentie.
Output frequentie: Dit is de zendfrequentie waarop een repeater zijn ingang heruitzend.

P)
Paging: Perzonenzoeksysteem, alarmontvanger.
PAMR: Public Access Mobile Radio, openbaar radiosysteem voor mobiele communicatie.
PM: Afkorting voor Phase Modulatie of fase modulatie. Dit is een modulatietechniek waarbij de info in het faseverschil zit (in tegenstelling tot FM, daar zit de info in de frequentieverandering).
PMR: Private Mobile Radio, privť radiocommunicatie mobiel-basis.
PMR 446: licentievrij radioverkeer.
Polarisatie: Antennes zenden/ontvangen radio energie uit en dat kan zowel horizontaal als verticaal gepolariseerd zijn. De beste overdracht vindt plaats wanneer zowel zend- als ontvangstantenne op dezelfde manier zijn gemonteerd.
Portofoon: draagbare radio waarmee je op een bepaald radiokanaal of kanalen met andere kunt communiceren.
Pri: Staat voor Priority en is een functie op de radioscanner om bepaalde kanalen te merken als prioriteitskanaal. Dit wil zeggen dat de scanner nu dat prioriteitskanaal vaker afscant dan de rest.
Propagatie: Het proces hoe een radiosignaal zich voortplant door de ether.

Q)
Quad: Dit is een directionele antenne die zowel verticaal als horizontaal gepolariseerd uitzendt/ontvangt.
Q-code: dit zijn afkortingen die gebruikt worden tijdens radiotransmissies veel gebruikt in morse maar ook onder radioamateur worden ze vaak gebruikt.

QRA? Wat is de naam van het station? 
QRB? Wat is de afstand tussen onze stations? 
QRG? Wat is mijn frequentie? 
QRL? Is deze frequentie in gebruik? 
QRM? Heeft u last van storing? 
QRN? Heeft u last van atmosferische storing? 
QRO? Kunt u het vermogen van de zender verhogen? 
QRP? Kunt u het vermogen van de zender verlagen? 
QRQ? Kunt u sneller seinen? 
QRS? kunt u langzamer seinen? 
QRT? Zal ik stoppen met zenden? 
QRV? Bent u beschikbaar? 
QRU? Heeft u nog informatie voor mij? 
QRX? Wanneer roept u mij weer? Zal ik wachten tot u mij opnieuw aanroept? 
QRZ? Door wie word ik aangeroepen? 
QSA? Wat is de sterkte van mijn signaal? 
QSB? Gaat mijn signaalsterkte op en neer (fading)? 
QSL? Kunt u de ontvangst bevestigen? 
QSO? Kan u rechtstreeks werken met (roepnaam)? 
QSP? Wil u mijn bericht doorsturen? 
QSY? Zullen we veranderen van frequentie naar (frequentie)? 
QTH? Wat is de locatie van het station?

R)
Repeater: Een repeater of relais of omzetter zet een ontvangen inputfrequentie om in een andere outputfrequentie. Dit wordt gedaan om draagbare/mobiele stations (met minder vermogen) toch over grote afstanden te laten communiceren met elkaar over de repeater. De repeater zelf is een vast station en geeft een groot vermogen aan de outputfrequentie.
RF: Staat voor Radio Frequent.
RTTY: Afkorting voor Radio Tele TYpe en is een digimode gebruikt op de kortegolf voor het versturen van gegevens.
Rubber Ducky: Korte flexibele antenne die standaard worden meegeleverd bij handscanners.

S)
SAR: Search And Rescue, reddingsdienst scheepvaart
Scanner: Een radio ontvanger dat automatisch afstemd op voorgeprogrammeerde frequenties.
Signal Strength: De sterke van een radiosignaal wordt weergeven op de S-meter en is verdeeld in negen stappen:

S1  Slecht, niet verstaanbaar signaal
S2  Heel zwak signaal 
S3  Zwak signaal
S4  Middelmatig signaal 
S5  Middelmatig goed signaal 
S6  Goed signaal 
S7  Matig sterk signaal 
S8  Sterk signaal 
S9  Extreem goed signaal

Shack: De plaats of kamer waaruit een radiostation opereert.
SHF: Super High Frequeny maakt deel uit van het frequentiespectrum nl: 3 GHz - 30 GHz.
Simplex: Zenden/ontvangen op dezelfde frequentie.
S-meter: Een metertje op de ontvanger dat de relatieve sterkte meet van een ontvangen signaal.
Squelch: Een elektronische schakeling in de ontvanger dat de toegang van de audio tot de luidspreker blokkeert als er geen signaal wordt opgevangen. Op die manier hoort men geen ruis uit de boxen komen als het kanaal inactief is.
SWL: Short Wave Listener en dat is iemand die naar de korte golf (SW) luistert.

T)
TETRA: TErrestial TRunked RAdio. Digitaal landelijk communicatie netwerk.
Transponder: Een apparaat dat een signaal uitzendt als het een signaal ontvangt.
Twin Turbo: Deze optie verdrievoudigd de standaard search-snelheid van de scanner. Standaard: 100 kanalen/sec en met de Twin Turbo worden dat 300 kanalen/sec! (ook Turboscan, Hyperscan)

U)
UHF: Ultra High Frequeny maakt deel uit van het frequentiespectrum nl: 300 MHz - 3 GHz.
UTC: Universele tijd.

V)
Verticaal gepolariseerd: Een verticaal gepolariseerde antenne dat het best straalt/ontvangt als het elektrisch veld van de radiogolven loodrecht ten opzicht van de aarde stralen.
VHF: Very High Frequeny maakt deel uit van het frequentiespectrum nl: 30 MHz - 300 MHz.
VOR: VHF OmniRange: uitgezonden signalen voor luchtvaartnavigatie
VOX: Een elektronische schakeling in de radiozender dat ervoor zorgt dat de zender begint uit te zenden zodra er iets gezegd wordt in de microfoon.

W)
Wx: Op sommige scanner staat er een knopje met de aanduiding 'Wx' op. Dit is een voorgeprogrammeerde frequentieband die kanalen van weerstations bevat: 162,4 MHz tot 162,55 MHz, 7 kanalen in 25 kHz raster. Dit zijn de frequenties van weersatellieten. Alleen te ontvangen in de Verenigde Staten.

Y)
Yagi: Een directionele antenne met onderdelen als reflector, driven en verschillende directoren.

Z)
Zero beat: Waneer twee carriers dezelfde frequentie hebben en geen heterodyne ontstaat spreekt men van 'zero beat'.

1-9)
73: Afkorting in de radiotelegrafie voor 'groetjes!'


Dit woordenboek is zeker nooit helemaal compleet, er worden regelmatig nieuwe begrippen bijgevoegd...

Gerelateerd

Feedback




. . . Altijd in opbouw . . .
Laatst gewijzigd: 24-10-2012


--Linkbanner van deze site--

Ontwerp & beheer : "nomoresecrets", juli 2003 - oktober 2012
Best bekeken met 1024x768 schermresolutie.